Bloedsuiker meten hardlopen

Wat de beperkingen zijn van CGM-gebruik tijdens intensieve hardloopsessies

Marieke de Vries Marieke de Vries
· · 7 min leestijd

Je staat aan de start van je zondagochtendlongrun of misschien wel aan de lat voor een zware intervaltraining. Je hebt je spullen op orde, je schoenen zijn strak gebonden en op je bovenarm prijkt een gloednieuwe sensor van een Continuous Glucose Monitor (CGM).

Inhoudsopgave
  1. Hoe een CGM werkt en waarom beweging roet in het eten gooit
  2. De fysiologie van inspanning: een complex verhaal
  3. Praktische problemen: comfort en betrouwbaarheid
  4. Strategieën om de nauwkeurigheid te verbeteren
  5. Alternatieven en aanvullende methoden
  6. De toekomst van CGM en hardlopen

Je bent er klaar voor om je lichaam tot in de kleinste details te begrijpen. Maar zodra je het tempo opvoert, begint de magie van de data soms te vervagen. Hoewel CGM-systemen zoals de Dexcom, de Abbott FreeStyle Libre en de Medtronic Guardian een revolutie hebben betekend voor sporters, zijn ze niet onfeilbaar.

Zeker niet tijdens intensieve hardloopsessies. Laten we eens scherp kijken naar waar de schoen wringt.

Hoe een CGM werkt en waarom beweging roet in het eten gooit

Om de beperkingen te begrijpen, moeten we eerst snappen hoe de technologie in elkaar steekt. Een CGM-sensor is een kleine naald die net onder de huid wordt geplaatst, meestal op de bovenarm of de buik.

Deze sensor meet continu de glucoseconcentratie in het interstitiële vocht – het vocht dat de cellen omringt – en stuurt deze data draadloos naar je smartphone of smartwatch. Deze technologie is briljant voor dagelijks gebruik, maar hardlopen is een vijandige omgeving voor deze precisie-instrumenten. Tijdens het hardlopen bewegen je spieren, huid en weefsels aanzienlijk.

Vooral bij intensieve trainingen, zoals sprints of sprongen, ontstaat er een enorme hoeveelheid trillingen en schokkrachten.

Deze mechanische stress kan de sensor letterlijk op hol brengen. De sensor meet glucose in het interstitiële vocht, maar door de heftige beweging kan de vloeistofstof onder de huid veranderen. Dit leidt tot een fenomeen dat we 'drift' noemen: de sensor geeft een waarde aan die afwijkt van de werkelijke bloedglucosewaarden. Het is alsof je een camera probeert scherp te stellen terwijl je hard aan het trillen bent; het beeld wordt wazig en de data onbetrouwbaar.

De fysiologie van inspanning: een complex verhaal

Naast de mechanische beperkingen van de sensor zelf, is er de complexe fysiologie van het hardlopen.

Tijdens intensieve inspanningen verbruikt je lichaam koolhydraten als brandstof. Dit zorgt voor een daling van de glucosewaarden in het bloed. Tegelijkertijd zorgt de inspanning voor een stressreactie, waardoor het lichaam hormonen zoals adrenaline en cortisol aanmaakt. Deze hormonen kunnen de glucosewaarden juist weer laten stijgen.

Deze snelle schommelingen zijn moeilijk voor een CGM om bij te houden. Er zit namelijk een vertraging tussen de glucosewaarden in je bloed en die in het interstitiële vocht.

Tijdens rust is deze vertraging klein, maar tijdens intensieve inspanning kan deze oplopen.

De impact van temperatuur en zweet

Je CGM kan daardoor een daling aangeven terwijl je bloedglucose alweer stijgt, of andersom. Voor een hardloper die op basis van deze data zijn energie-inname bepaalt, kan dit leiden tot verkeerde beslissingen, zoals het nuttigen van onnodige suikers of juist het negeren van een dreigende hypo. Een andere factor die vaak over het hoofd wordt gezien, is de temperatuur.

Tijdens een zware loop stijgt je lichaamstemperatuur aanzienlijk. Veel CGM-sensoren zijn gevoelig voor extreme hitte.

Hoewel de nieuwste generaties beter bestand zijn tegen temperatuurschommelingen, kan een hete zomerrun of een hete sauna-achtige omgeving de sensor beïnvloeden. Daarnaast is er het zweet. Hoewel de sensor waterdicht is, kan het vocht onder de sensor (het zogenaamde 'pooling' van vocht) de meting vertekenen. Dit komt omdat de sensor glucose meet in het vocht, en als er te veel vocht onder de sensor ophoopt, kan de concentratie niet representatief zijn voor de daadwerkelijke bloedwaarde.

Praktische problemen: comfort en betrouwbaarheid

Naast de technische en fysiologische beperkingen, zijn er de praktische uitdagingen van het dragen van een sensor tijdens het hardlopen.

Veel hardlopers ervaren huidirritatie, vooral op plaatsen waar kleding schuurt. Een sensor op de bovenarm kan onder een tight shirt gaan wrijven, terwijl een sensor op de buik hinder kan geven bij het buigen of het dragen van een hardloopgordel. Het risico op losraken of afvallen is ook reëel.

Bij intensieve beweging, zweten en het aan- en uittrekken van kleding kan de plakker loslaten. Niets is frustrerender dan halverwege een wedstrijd of training je sensor kwijt te raken, waardoor je niet alleen je data verliest, maar ook een dure sensor moet vervangen.

De mentale belasting van data

Een vaak over het hoofd gezien aspect is de mentale belasting. Tijdens een intensieve hardloopsessie wil je gefocust zijn op je techniek, je tempo en je ademhaling.

Continu in de gaten houden wat je glucose doet, kan afleiden. Het kan leiden tot 'analysis paralysis', waarbij je te veel bezig bent met de cijfers en te weinig met het lopen zelf. Bovendien kan het zien van schommelende waardes onnodige angst veroorzaken, wat de prestatie negatief kan beïnvloeden.

Strategieën om de nauwkeurigheid te verbeteren

Ondanks deze beperkingen hoef je je CGM niet direct in de prullenbak te gooien. Er zijn manieren om de data betrouwbaarder te maken tijdens het hardlopen.

Ten eerste is de plaatsing van de sensor cruciaal. Probeer een plek te vinden waar weinig huidbeweging optreedt en waar kleding niet schuurt. De bovenarm is populair, maar voor sommige lopers werkt de achterkant van de bovenarm of de lies beter.

Het is even zoeken, maar de juiste plek maakt een wereld van verschil.

Daarnaast is het belangrijk om de sensor goed te bevestigen. Gebruik extra accessoires zoals sport tape of speciale overpatches om de sensor stevig op zijn plek te houden. Dit voorkomt losraken door zweet en wrijving.

Een andere strategie is het kalibreren van de sensor. Hoewel veel moderne CGM-systemen zoals de FreeStyle Libre 3 en Dexcom G6 geen kalibratie meer vereisen, kan het toevoegen van een kalibratiemoment met een vingerprik voor of na een intense training de nauwkeurigheid verbeteren.

Data interpreteren met een korreltje zout

Het geeft de sensor een 'herstart' en kan helpen bij het corrigeren van eventuele drift.

Misschien wel de belangrijkste strategie is het ontwikkelen van een kritische blik op de data. Leer de patronen van je lichaam kennen. Als je weet dat je glucose tijdens een intervaltraining altijd een bepaalde piek of dal doormaakt, kun je de data van je CGM daarop afstemmen. Vertrouw niet blindelings op de real-time waardes, maar kijk naar de trends over een langere periode. Een enkele afwijkende meting is niet erg, maar een onlogische trend kan wijzen op een storing, zeker als je begrijpt hoe een CGM-sensor werkt voor hardlopers met T2D.

Alternatieven en aanvullende methoden

Als je merkt dat een CGM tijdens intensieve hardloopsessies te veel beperkingen met zich meebrengt, zijn er gelukkig alternatieven.

Een traditionele bloedglucosemeter met een vingerprik biedt nog steeds de meest nauwkeurige meting, hoewel het minder praktisch is tijdens het lopen. Het kan echter wel een goede referentie zijn voor het valideren van de CGM-data na de training. Een andere benadering is het gebruiken van subjectieve meetinstrumenten.

Het inschatten van je energieniveau, de 'rate of perceived exertion' (RPE) en je algemene gevoel kunnen vaak net zo effectief zijn als een glucosewaarde. Als je je goed voelt en je tempo kunt vasthouden, is de kans groot dat je energiehuishouding op orde is, ongeacht wat de sensor aangeeft.

Daarnaast zijn er wearables die andere parameters meten, zoals hartslagvariabiliteit (HRV) of zuurstofsaturatie (SpO2).

Hoewel deze niet direct glucose meten, geven ze inzicht in je algemene fysiologische toestand en kunnen ze helpen bij het interpreteren van je prestaties.

De toekomst van CGM en hardlopen

De technologie rondom CGM's ontwikkelt zich in een razend tempo. Fabrikanten werken aan sensoren die minder gevoelig zijn voor beweging en temperatuur.

Ook de integratie met andere wearables wordt steeds beter. Stel je voor dat je CGM naadloos samenwerkt met je hartslagmeter en GPS-horloge, zodat je een compleet beeld krijgt van je lichaam tijdens het hardlopen. AI-gestuurde algoritmen zullen in de toekomst helpen bij het filteren van ruis en het voorspellen van glucosepatronen op basis van meerdere datastromen.

Dit kan de betrouwbaarheid van CGM's tijdens intensieve trainingen aanzienlijk verbeteren. Concluderend, hoewel waarom je CGM-waarden tijdens het hardlopen kunnen afwijken een belangrijk inzicht is, zijn deze systemen geen magische bol die alle antwoorden geeft.

Tijdens intensieve hardloopsessies zijn er beperkingen door beweging, fysiologie en praktische factoren. Door deze beperkingen te begrijpen en slimme strategieën toe te passen, kun je echter nog steeds waardevolle inzichten uit je data halen. Blijf kritisch, experimenteer met plaatsing en combineer de data met je eigen lichaamssignalen. Zo haal je het meeste uit je CGM, zonder dat je hardloopsessie er onder lijdt.


Marieke de Vries
Marieke de Vries
Diabetesverpleegkundige en hardloopcoach

Marieke helpt mensen met type 2 diabetes fitter worden door hardlopen.

Meer over Bloedsuiker meten hardlopen

Bekijk alle 28 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Hoe je bloedsuiker meet voor, tijdens en na het hardlopen met type 2 diabetes
Lees verder →