Je staat klaar voor je run. Schoenen aan, hoofd leeg, hartslag op standby.
▶Inhoudsopgave
Maar dan is er dat ene dingetje dat continu door je hoofd spookt: die CGM-sensor op je arm. Gaat hij loszitten? Blijft hij plakken door het zweet? Niets is irritanter dan halverwege je rondje voelen dat je sensor loslaat of erger nog, dat je hem kwijt bent. Een CGM-sensor, oftewel een continue glucosemeter, is een krachtige tool voor sporters en mensen met diabetes, maar alleen als hij blijft zitten waar hij hoort: op je huid. In dit artikel lees je hoe je ervoor zorgt dat jouw sensor tijdens het hardlopen perfect blijft zitten, zonder dat je er omkijken naar hebt.
De voorbereiding is het halve werk
Voordat je überhaupt je hardloopschoenen aantrekt, begint het succes van je CGM-sensor bij de applicatie.
Een sensor die op een vette, zweetterige of bewegende huid wordt geplakt, heeft geen schijn van kans. De meeste sensors, zoals die van de Abbott FreeStyle Libre of de Dexcom G7, worden geleverd met een applicator die de sensor in één keer onder de huid schiet.
Dat klinkt heftig, maar het is een kleine, snelle prik die je bijna niet voelt. De kunst is om de juiste plek te kiezen. Kies een plek met voldoende vetweefsel, maar waar de huid niet te veel beweegt. De bovenarm is de klassieker en werkt over het algemeen het best voor de meeste hardlopers.
De huid hier is stevig genoeg, maar niet zo strak dat de sensor constant onder spanning staat.
Vermijd plekken waar je kleding continu schuurt, zoals direct onder de rand van een sporttop of op een plek waar je arm intensief beweegt. Een andere toplocatie is de bovenbuik, net onder de ribbenboog. Dit is een stabiele zone waar weinig spierbeweging plaatsvindt tijdens het rennen.
Zorg dat de huid schoon en vetvrij is op het moment van aanbrengen. Gebruik de meegeleverde alcoholpadjes om de plek grondig te ontsmetten.
Wrijf niet alleen, maar dep de huid droog en laat de alcohol volledig verdampen.
Een vochtige of vette huid (bijvoorbeeld door lotion of resten van een douchegel) is de grootste vijand van de plaklaag van de sensor. Laat de sensor na het aanbrengen minimaal een uur zitten voordat je gaat sporten. Dit geeft de lijm de tijd om optimaal te hechten aan je huid.
De juiste accessoires voor extra zekerheid
Hoewel de sensor standaard met een plakkerige patch wordt geleverd, is die niet altijd opgewassen tegen intensief zweten en wrijving. Vooral als je langere runs maakt of in warme omstandigheden traint, kan een extra hulpmiddel wonderen doen.
Over patches en beschermers
Hier komen de onmisbare accessoires voor een CGM-sensor tijdens het hardlopen. Een overtapijtplak, ook wel een overpatch genoemd, is een doorzichtige of huidkleurige sticker die je over de sensor heen plakt. Deze patch bedekt de randen van de sensorlijm en zorgt ervoor dat deze niet loslaat door zweet of wrijving.
Veel merken, zoals Skin-Tac of Simpatch, bieden speciale patches aan die waterdicht zijn en ademend.
Het aanbrengen van een overpatch is eenvoudig: zorg dat de sensor droog is, verwijder de beschermfolie en plak de patch over de sensorranden heen. Zorg dat er geen luchtbellen onder komen, want die zorgen voor loslaten. Een andere optie is een sensorhouder van sporttape. Dit is een stuk tape dat je om de sensor heen plakt, waardoor de sensor extra wordt vastgezet.
Vooral bij de FreeStyle Libre is dit populair. De sensor heeft een ronde vorm en een platte rand, wat soms makkelijk kan loslaten bij wrijving.
Compressiebanden en armbanden
Een stuk sporttape van bijvoorbeeld Leukotape of Fixomull zorgt ervoor dat de sensor niet alleen blijft plakken, maar ook beschermd is tegen stoten. Een andere effectieve methode is een compressieband of een speciale armband voor CGM-sensoren. Deze banden draag je over de sensor heen en oefenen lichte druk uit op de sensor, waardoor deze stevig tegen je huid wordt gedrukt.
Merken zoals Bands for Arms of een simpele sportcompressieband van de sportwinkel werken hier perfect voor.
Het voordeel van een band is dat je hem kunt verwisselen en wassen, en dat hij niet direct op de sensor plakt. Dit is handig als je de sensor na een week wilt vervangen en de oude patch makkelijk wilt verwijderen. Compressiebanden zijn vooral populair bij hardlopers die last hebben van irritatie door lijm of die de sensor liever niet direct op de huid plakken.
De band is gemaakt van stretchmateriaal en ademend stof, zodat je geen last hebt van hitte op de plek van de sensor. Kies een band die strak genoeg zit om de sensor op zijn plek te houden, maar niet zo strak dat deze de doorbloeding belemmert.
Hardlooptechnieken om de sensor te beschermen
Naast de juiste voorbereiding en accessoires, speelt je looptechniek ook een rol.
Hoewel je natuurlijk niet je looppatroon volledig hoeft aan te passen voor een sensor, zijn er een paar kleine aanpassingen die helpen. Probeer tijdens het hardlopen je armen ontspannen te houden. Een gespannen of stijve arm zorgt voor extra spanning op de huid en daarmee op de sensor. Je armen moeten soepel mee bewegen, zonder dat je je bovenarm aanspant.
Daarnaast is het slim om te letten op je kleding. Kies voor sportkleding van ademend materiaal dat niet schuurt over de plek van de sensor.
Een top met naadloze mouwen of een racerback zorgt voor minder wrijving.
Als je lange afstanden loopt, is het verstandig om tussendoor even te controleren of alles nog op zijn plek zit. Dit hoeft niet elke kilometer, maar bijvoorbeeld na een drankpost of bij een rustmoment. Voel voorzichtig of de randen van de sensor nog stevig vastzitten. Als je merkt dat een rand loslaat, kun je tijdens een korte stop een stukje sporttape aanbrengen om het te fixen.
Verzorging na het hardlopen
Na je run is het belangrijk om de sensor goed te verzorgen, zodat hij de volgende training ook nog blijft zitten.
Spoel je huid na het sporten af met lauw water en dep de plek voorzichtig droog. Vermijd agressieve zeep of scrubben op de plek van de sensor, omdat dit de lijm kan aantasten.
Als je zweet veel vocht opneemt in de patch, kun je voorzichtig de randen droogdeppen met een tissue. Zorg dat je niet aan de sensor trekt. Bij de meeste sensoren, zoals de Dexcom G7 of FreeStyle Libre, kun je de patch na het sporten inspecteren. Als je ziet dat de lijm loslaat, is het verstandig om een nieuwe overpatch aan te brengen.
De sensor zelf gaat meestal 10 tot 14 dagen mee, afhankelijk van het merk.
Als je merkt dat de sensor vaker loslaat dan normaal, overweeg dan om een andere plek te kiezen voor de volgende applicatie.
Veelvoorkomende fouten en hoe ze te vermijden
Veel hardlopers maken dezelfde fouten bij het dragen van een CGM-sensor. Wil je beter begrijpen hoe een CGM-sensor werkt voor hardlopers met T2D? Een veelgemaakte fout is het te strak plakken van een overpatch.
Hoewel je denkt dat strakker plakken zorgt voor meer houvast, kan het de lijm juist sneller loslaten door een verkeerde verdeling van de spanning. Een andere fout is het aanbrengen van de sensor op een plek waar je kleding schuurt, zoals direct onder de rand van een sportbh. Kies altijd voor een plek waar je kleding niet direct over de sensor wrijft.
Een derde fout is het vergeten van de voorbereiding. Een sensor die op een vette huid wordt geplakt, gaat gegarandeerd los na een paar kilometer zweten.
Neem de tijd voor het aanbrengen en zorg dat je huid volledig droog en vetvrij is. Als je twijfelt over de hechting, kun je een huidprimer gebruiken, een vloeistof die de huid plakkerig maakt voor betere hechting. Dit is vooral handig als je een gevoelige huid hebt.
Conclusie
Een CGM-sensor tijdens het hardlopen hoeft geen hoofdpijn te zijn. Met de juiste voorbereiding, de juiste accessoires en een beetje aandacht voor je looptechniek blijft je sensor stevig zitten, ook als je de beperkingen van CGM bij intensieve sessies in acht neemt.
Kies een stabiele plek, gebruik een overpatch of compressieband en zorg dat je huid schoon en droog is. Zo kun je je volledig concentreren op je run en je glucosewaarden in de gaten houden zonder je zorgen te maken over loslatende sensoren. Begrijp waarom je CGM-waarden kunnen afwijken tijdens het hardlopen, zorg dat je sensor goed vastzit en geniet van je training.